Verhaal 2026 21 33

Ik zette de ramen van de slaapkamer open.

De koude ochtendlucht stroomde naar binnen en bewoog het dunne gordijn heen en weer.

Mijn moeder stond achter me.

“Waarom mag ik niet mee?”

Ik keek haar aan.

“Omdat de verhuizer dat nadrukkelijk vroeg.”

“Waarom?”

“Ik weet het niet.”

Ze glimlachte ongemakkelijk.

“Je maakt me nu wel nieuwsgierig.”

Mijn vader zat nog steeds in zijn stoel met zijn krant op zijn borst.

Hij leek niets gehoord te hebben.

Ik liep naar de slaapkamer.

De deur stond halfopen.

De twee verhuizers stonden er nog.

De jongste van de twee wees naar het bed.

“Daar.”

Ik keek.

Het oude matras lag nog precies op de bedbodem.

Maar aan de zijkant van het bed stak iets uit.

Een dunne, bruine leren map.

Ik fronste.

“Wat is dat?”

“Dat weten we niet.”

“Waarom hebben jullie het niet gepakt?”

De oudste man schudde zijn hoofd.

“Omdat het niet van ons is.”

Ik liep dichterbij.

“Kunnen we het gewoon onder het bed vandaan halen?”

“Nee.”

“Waarom niet?”

Hij wees naar een klein metalen plaatje dat half zichtbaar was onder de bedbodem.

“Daar zit het aan vast.”

Ik knielde neer.

Toen zag ik het.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment