Deel 2 — Het teken
De deur viel achter Ricardo dicht.
Ik bleef roerloos zitten.
Mateo huilde zacht tegen mijn borst, alsof hij voelde dat de wereld waarin hij geboren was plotseling veranderd was.
Ik keek naar zijn kleine gezicht.
“Het is goed, kleintje,” fluisterde ik. “Mama is hier.”
Maar diep vanbinnen wist ik dat niets meer goed was.
Niet na wat Ricardo had gezegd.
Niet na de blik die hij op die moedervlek had geworpen.
En vooral niet na zijn woorden over Javier.
Ik kende Javier al bijna net zo lang als Ricardo.
Hij was nooit een geheim onderdeel van mijn leven geweest. Hij was een vriend van mijn man, iemand die ons gezin hielp wanneer dat nodig was.
Toen ik tijdens mijn vorige zwangerschap maandenlang ziek was, bracht Javier boodschappen.
Toen Ricardo nachtdiensten draaide, haalde Javier soms de meisjes van school.
En wanneer mijn dochters ruzie maakten over speelgoed, was hij degene die hen aan het lachen kreeg.
Nooit had ik daar iets verdachts aan gevonden.
Maar nu keek ik naar Mateo’s rug en voelde ik voor het eerst een vreemde onzekerheid.
Niet omdat ik iets had gedaan.
Maar omdat Ricardo blijkbaar iets wist wat ik niet wist.
Een verpleegster kwam binnen.
“Mevrouw, gaat het?”
Ik veegde snel mijn tranen weg.
“Mijn man is net weggegaan.”
Ze keek naar de lege stoel.
“Wil je dat ik iemand bel?”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee. Ik moet eerst zelf begrijpen wat er gebeurt.”
Ze controleerde Mateo opnieuw en noteerde iets op haar tablet.
“De moedervlek is waarschijnlijk aangeboren. Soms hebben familieleden vergelijkbare kenmerken.”
Die ene zin bleef in mijn hoofd hangen.
Familieleden.
Ik pakte mijn telefoon.
Mijn eerste impuls was om Javier te bellen.
Maar ik stopte.
Als Ricardo werkelijk iets wist, wilde ik niet handelen vanuit paniek.
Ik wilde feiten.
Dus belde ik mijn schoonzus Patricia.
Ze nam na twee keer overgaan op.
“Mariana? Hoe gaat het met Mateo?”
Ik slikte.
“Ricardo is net vertrokken.”