Verhaal 2026 12 12

Amanda bleef enkele seconden naar de metalen grendel staren.

Niemand zei iets.

De stilte in de gang voelde zwaarder dan alles wat Brenna ons onderweg had verteld.

Ik liep langzaam naar de deur.

De grendel was duidelijk niet decoratief.

Hij was stevig bevestigd met meerdere schroeven.

Aan de buitenkant.

Niet aan de binnenkant.

Alsof het doel nooit was geweest om iemand buiten te houden.

Maar juist om iemand binnen te houden.

Amanda maakte foto’s vanuit verschillende hoeken.

Daarna keek ze naar Brenna.

“Is dit de kamer waar je slaapt?”

Brenna knikte.

“Elke nacht.”

Amanda’s stem bleef rustig.

“Mag ik binnen kijken?”

Brenna pakte de deurknop vast.

“Ja.”

Ze opende de deur.

De kamer zelf zag er op het eerste gezicht verrassend normaal uit.

Er stond een klein bed.

Een boekenplank.

Een bureautje.

Een kast.

Aan de muur hingen tekeningen van dieren en regenbogen.

Maar hoe langer we keken, hoe meer dingen opvielen.

Het raam kon nauwelijks open.

Er zat een extra beveiliging op.

De lamp had geen schakelaar in de kamer zelf.

De schakelaar zat buiten in de gang.

Amanda keek me kort aan.

Ook zij had het gezien.

“Wie doet het licht uit?” vroeg ze.

“Brenna’s voogd,” antwoordde Brenna zacht.

Amanda noteerde alles.

Ik liep naar het bed.

Naast het hoofdkussen lag een klein notitieboekje.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment