Grant stormde de terminal binnen alsof hij dacht dat snelheid alleen de werkelijkheid kon veranderen.
Zijn stropdas hing los om zijn nek. Zijn haar, normaal perfect gestyled voor aandeelhoudersvergaderingen en televisie-interviews, zat door elkaar. Mensen draaiden zich om toen hij langs hen liep, maar hij leek niemand te zien.
Alleen mij.
Alleen Evelyn.
En de blauwe map die Daniel Kim onder zijn arm droeg.
Hij kwam abrupt tot stilstand op enkele meters afstand.
“Claire,” zei hij buiten adem. “We moeten praten.”
“Dat hebben we zes jaar geprobeerd,” antwoordde ik rustig.
Zijn blik schoot naar Evelyn.
Toen naar Daniel.
Toen weer naar mij.
Langzaam begon hij te begrijpen dat dit niet alleen over ons huwelijk ging.
“Wat hebben jullie gedaan?”
Evelyn antwoordde voordat ik dat kon.
“De raad van bestuur heeft vanmiddag een buitengewone vergadering gehouden.”
Zijn gezicht verstarde.
“Zonder mij?”
“Volgens de statuten mag dat wanneer er ernstige zorgen bestaan over de bedrijfsvoering.”
Grant keek naar Daniel.
“Jij ook?”
De jurist antwoordde kalm.
“Mijn verantwoordelijkheid ligt bij het bedrijf.”
Een paar seconden zei niemand iets.
De geluiden van het vliegveld vulden de stilte.
Omroepberichten.
Rollende koffers.
Vertrekkende reizigers.
Gewone geluiden op een dag die voor mij allesbehalve gewoon was.