Ik keek naar het voorwerp in mijn hand.
Een kleine, zwarte autosleutel.
Maar niet zomaar een sleutel.
Aan de sleutelring hing een metalen plaatje met een adres erop.
Ik herkende het adres onmiddellijk.
Mijn maag trok samen.
Het was het adres van een appartementengebouw aan de andere kant van de stad.
Ik had daar nog nooit van gehoord.
Ik draaide de sleutel om.
Aan de achterkant stond een klein nummer gegraveerd.
12B.
Waarom had Liam een sleutel van een appartement?
Ik keek om me heen alsof iemand me kon zien.
Mijn eerste gedachte was de meest voor de hand liggende.
Een andere vrouw.
Een geheim appartement.
Een tweede leven waar ik niets van wist.
Ik wilde mezelf geruststellen.
Misschien was het een sleutel van zijn kantoor.
Misschien van een opslagruimte.
Misschien had hij hem van iemand gekregen.
Maar waarom zat hij dan verstopt onder zijn bestuurdersstoel?
Ik stopte de sleutel in mijn tas en reed naar huis.
De boodschappen liet ik zelfs in de auto liggen.
Toen Liam die avond thuiskwam, deed ik alsof alles normaal was.
“Hoe was je dag?” vroeg hij.
“Prima.”
Hij kuste me op mijn wang.
“Is je auto al klaar?”
“Waarschijnlijk morgen.”
“Mooi.”
Hij liep naar de keuken.
Ik keek naar zijn rug.
Voor het eerst in vijf jaar voelde ik dat ik naar een vreemde keek.
Ik wilde hem onmiddellijk vragen naar de sleutel.
Maar iets hield me tegen.
Niet omdat ik hem niet vertrouwde.
Omdat ik eerst wilde weten wat ik eigenlijk in handen had.
Die nacht sliep ik nauwelijks.
De volgende ochtend besloot ik naar het adres te rijden.
Het appartementengebouw was ouder dan ik had verwacht.
Ik parkeerde aan de overkant en keek naar de ingang.
12B bevond zich op de tweede verdieping.
Ik liep naar binnen.
Mijn handen waren koud.
Toen ik de sleutel in het slot stak, paste hij.
Mijn hart sloeg een slag over.
De deur ging open.
“Hallo?”
Geen antwoord.
Ik stapte voorzichtig naar binnen.
Het appartement was klein.
Een woonkamer.
Een keuken.
Een slaapkamer.
Geen kleding van een vrouw.
Geen foto’s.
Geen romantische spullen.
Alleen dozen.
Heel veel dozen.
Op de tafel lag een envelop.
Mijn naam stond erop.
Voor Emma.
Ik verstijfde.
Ik pakte de envelop.
Binnenin zat een brief.
Mijn ogen vulden zich met tranen toen ik de eerste zin las.
Lieve Emma,
Als je dit ooit vindt, betekent het waarschijnlijk dat ik niet meer in staat ben om je dit zelf te vertellen.
Ik ging zitten.