Er werd opnieuw hard op de deur geklopt.
De dokter keek op, zichtbaar geïrriteerd.
“Een moment.”
Maar nog voordat hij kon opstaan, vloog de deur open.
David stond in de deuropening.
Zijn gezicht was bleek.
Zijn blik schoot onmiddellijk naar het DNA-rapport dat voor me op tafel lag.
Een paar seconden zei niemand iets.
Toen liet hij zijn schouders zakken.
Hij wist dat ik het had gezien.
“Linda…” begon hij zacht.
Ik stond abrupt op.
“Wat is dit?”
Mijn stem trilde.
Ik hield de papieren omhoog.
“Waarom staat hier dat Grace niet jouw dochter is?”
David sloot zijn ogen.
Alsof hij zich al maanden op dit moment had voorbereid.
“Laat me het uitleggen.”
“Dan kun je beter nu beginnen.”
De dokter stond op.
“Misschien geef ik jullie even privacy.”
Maar ik schudde mijn hoofd.
“Nee.”
Mijn blik bleef op David gericht.
“Ik wil alles horen.”
David ging langzaam zitten.
Voor het eerst sinds ik hem kende leek hij niet te weten welke woorden hij moest kiezen.
“Grace is niet mijn biologische dochter.”
“Dat weet ik inmiddels.”
“Maar ze is wel familie.”
Mijn adem stokte.
“Wat bedoel je?”
Hij haalde diep adem.
“Vier maanden geleden kreeg ik een telefoontje.”
Mijn hart bonsde.
“Van wie?”
“Van een maatschappelijk werker.”
De dokter bleef zwijgend luisteren.
David wreef over zijn gezicht.
“Ze vroegen of ik familie was van een vrouw genaamd Hannah Carter.”
Die naam zei me niets.
“Wie is Hannah?”
David keek naar mij.
“Mijn nicht.”
Ik fronste.
“Ik heb nog nooit van haar gehoord.”
“Dat komt omdat we elkaar meer dan twintig jaar niet hadden gezien.”
Ik probeerde alles te verwerken.
“En wat heeft dat met Grace te maken?”
Zijn ogen werden vochtig.
“Alles.”
De kamer werd stil.