Verhaal 2026 9 26

Ik bleef enkele seconden roerloos naast het bed staan.

Mijn naam.

Waarom stond mijn naam op dat kleine voorwerp?

Ik wilde het onmiddellijk openmaken, maar iets hield me tegen.

Misschien was het verstandiger om eerst Thomas erbij te halen.

Ik legde beide voorwerpen voorzichtig op het bureau en maakte een foto van de manier waarop ze onder de matras hadden gelegen. Daarna belde ik mijn man.

“Thomas, kun je even naar boven komen?”

“Nu?”

“Alsjeblieft.”

Een paar minuten later verscheen hij in de deuropening.

Hij keek naar mijn gezicht en glimlachte niet meer.

“Wat is er?”

Ik wees naar het bureau.

Hij liep ernaartoe.

Zodra hij het voorwerp met mijn naam erop zag, veranderde zijn uitdrukking.

“Waar heb je dat gevonden?”

“Onder de matras.”

Hij keek me aan.

“Onder de matras van mijn ouders?”

“Ja.”

Hij pakte het voorzichtig op.

“Heb je het geopend?”

“Nee.”

“Goed.”

Dat ene woord maakte me nog nerveuzer.

“Thomas, wat denk je dat het is?”

“Ik weet het niet.”

Hij draaide het kleine doosje om.

Aan de achterkant zat een datum.

Zes maanden geleden.

De week waarin zijn ouders bij ons waren ingetrokken.

Thomas ging op de rand van het bed zitten.

“Dat is vreemd.”

“Er is nog iets.”

Ik wees naar het grotere voorwerp.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment