Het papier dat ik openvouwde, was geen brief.
Het was een officieel document van de notaris.
Bovenaan stond de naam van mijn huis, gevolgd door mijn volledige naam als enige eigenaar.
David staarde ernaar.
„Wat is dit?”
„De eigendomsakte,” zei ik rustig.
Sarah keek naar het document en vervolgens naar mij.
„Waarom leg je dat hier neer?”
„Omdat jullie zojuist uitgebreid hebben uitgelegd wat jullie met mijn huis willen doen.”
Richard, die tot dan toe nauwelijks had gesproken, schoof zijn bril hoger op zijn neus.
„Teresa, ik denk dat we allemaal even rustig moeten blijven.”
„Daar ben ik het mee eens.”
Ik draaide het document naar David.
„Lees de laatste alinea.”
Hij deed het niet.
„Mam…”
„Lees het.”
Hij pakte het papier op.
Zijn ogen bewogen langzaam over de tekst.
Zijn gezicht veranderde.
„Je hebt het huis verkocht?”
Sarah schoot overeind.
„Wat?”
Ik schudde mijn hoofd.
„Nog niet.”
Er viel een lange stilte.
„Nog niet?” herhaalde David.
„Ik heb vrijdag een taxatie laten uitvoeren.”
Sarah keek me aan alsof ik haar zojuist had verraden.
„Waarom?”
„Omdat ik wilde weten wat mijn mogelijkheden waren.”
„Welke mogelijkheden?”
Ik glimlachte.
„Dat hoef ik jullie niet allemaal te vertellen.”
David legde het papier op tafel.
„Je kunt ons niet zomaar uit huis zetten.”
„Dat klopt.”
Hij keek opgelucht.
„Maar,” voegde ik eraan toe, „jullie kunnen hier ook niet zomaar blijven wonen omdat jullie dat prettig vinden.”
Zijn gezicht betrok.
Ik haalde een tweede document tevoorschijn.
„Ik heb een jurist laten kijken naar jullie verblijf hier.”
Sarah keek naar David.
„Wat heb je gedaan?”
„Niets wat ik niet mocht doen.”
Ik keek naar mijn zoon.
„Acht maanden geleden heb ik jullie een plek gegeven omdat jullie zeiden dat jullie tijdelijk hulp nodig hadden. Ik heb jullie nooit gevraagd om huur te betalen. Ik heb jullie boodschappen betaald. Ik heb jullie internet betaald. Ik heb mijn garage afgestaan. Ik heb zelfs mijn dagelijkse routines aangepast.”
Ik ademde rustig in.
„Dat was mijn keuze.”
Daarna wees ik naar de documenten.