Damian las het document opnieuw.
Daarna nog een keer.
Hij begreep de woorden, maar zijn verstand weigerde aanvankelijk te accepteren wat ze betekenden.
Bovenaan stond een naam.
O’Connor Community Relief Fund.
Daaronder stond een lijst met tientallen mensen.
Werknemers van zijn hotels.
Voormalige werknemers.
Familieleden van personeelsleden.
Mensen die tijdens moeilijke maanden hun huur niet konden betalen.
Mensen die medische rekeningen hadden ontvangen.
Mensen van wie hij nooit had geweten dat ze hulp nodig hadden.
Maar onderaan stond iets wat hem werkelijk stil kreeg.
Totaal beschikbaar bedrag: 2.400.000 dollar.
Damian ging langzaam op de stoel zitten.
Twee komma vier miljoen.
Hij keek naar de bonnetjes.
De bedragen die Fiona maandenlang had betaald waren relatief klein.
Honderd dollar voor boodschappen.
Vierhonderd voor medicijnen.
Zeshonderd voor schoolboeken.
Een maand huur voor iemand die zijn baan was kwijtgeraakt.
Maar samen vormden ze slechts een klein deel van het bedrag.
Waar kwam de rest vandaan?
En waarom stond Fiona’s naam nergens als officiële beheerder?
Hij pakte het laatste vel papier.
Het was een kopie van een overeenkomst.
Zijn hart maakte een sprongetje toen hij de handtekening onderaan zag.
Zijn eigen naam.
Damian O’Connor.
Maar hij wist onmiddellijk dat hij dit document nooit had ondertekend.
Hij las verder.
Het fonds was acht maanden geleden opgericht.
Fiona had daarvoor een aanzienlijk deel van haar persoonlijke vermogen gebruikt.
Niet zijn geld.
Niet het geld van zijn bedrijf.
Haar eigen geld.
Damian keek naar de datum.
Acht maanden.
Precies de periode waarin Fiona hem steeds vaker had gevraagd om tijd voor haar vrij te maken.