Jett hield een kleine, doorzichtige plastic zak omhoog.
Daarin zat een zwarte leren map.
Ik keek ernaar en fronste.
“Wat is dat?”
“Dat,” zei Jett, “is precies waarom ik je gisteravond had moeten geloven.”
Hij legde de map op zijn bureau en maakte hem voorzichtig open.
Binnenin zat een stapel documenten.
Geen geld.
Geen creditcard.
Geen paspoort.
Maar iets dat veel belangrijker bleek te zijn.
Bovenop lag een identiteitskaart.
Ik keek naar de foto.
Het was de man van gisteravond.
Mijn hart maakte een sprongetje.
“Dat is hem.”
Jett knikte.
“Dat dacht ik al.”
Hij haalde een tweede document tevoorschijn.
“En kijk hier eens naar.”
Het was een geprinte reserveringsbevestiging.
Onze restaurantnaam stond bovenaan.
Daaronder stond de naam van het stel.
Maar er was iets vreemds aan de reservering.
Ze hadden de tafel niet voor gisteren gereserveerd.
De reservering was gemaakt voor volgende week.
Ik keek Jett aan.
“Hoe kan dat?”
“Dat weet ik nog niet.”
Hij pakte een ander vel papier.
“Maar dit is waarom ik je heb gebeld.”
Op het papier stond een lijst met verschillende restaurants.
Duur.
Luxe.
Precies het soort restaurants waar een rekening van vierhonderd dollar niemand meteen zou opvallen.
Naast sommige namen stonden bedragen.
Bij andere stond slechts één woord:
Onbetaald.
Mijn mond viel open.
“Ze hebben dit vaker gedaan.”
“Dat lijkt erop.”
Jett liet zich achterover in zijn stoel zakken.
“Ik heb vannacht de camerabeelden bekeken.”
Ik keek hem aan.
“En?”
“Je had gelijk. Ze zijn vertrokken zonder te betalen.”
Ik voelde een mengeling van opluchting en woede.
“Dat had je gisteren ook kunnen controleren.”
Hij knikte.
“Ik weet het.”
Die twee woorden waren onverwacht.
Jett was niet iemand die snel fouten toegaf.
“Waarom veranderde je van gedachten?”