Voorzichtig pakte ik het voorwerp op.
Het was een kleine zilverkleurige sleutel.
Niet groter dan mijn pink.
Er zat een verweerd leren label aan vast waarop met de hand één woord was geschreven:
Archief.
Ik bleef enkele seconden naar de sleutel staren.
Mijn eerste gedachte was dat ik hem gewoon terug in de pot moest stoppen.
Mijn tweede gedachte was dat iemand normaal gesproken geen sleutel in een bloempot verstopt.
Zeker Julian niet.
Julian was misschien wel de meest georganiseerde persoon die ik kende.
Zijn boeken stonden op kleur gerangschikt.
Zijn documenten waren digitaal én fysiek gecategoriseerd.
Zelfs de planten hadden labels met verzorgingsschema’s.
Niets in zijn leven gebeurde toevallig.
Dus waarom lag deze sleutel verborgen in een bloempot?
Ik legde de stoffer neer en keek om me heen.
De gang was stil.
Beneden hoorde ik vaag het geklik van de nagels van zijn golden retriever op de tegelvloer.
Mijn nieuwsgierigheid groeide.
Ik draaide de sleutel tussen mijn vingers.
Archief.
Waar verwees dat naar?
Na een paar minuten ruimde ik de aarde op, zette de beschadigde pot tijdelijk opzij en liep naar beneden.
De sleutel zat nog steeds in mijn broekzak.
De rest van de avond probeerde ik mezelf ervan te overtuigen dat het niets bijzonders was.
Maar telkens wanneer ik aan Julian dacht, dacht ik ook aan die sleutel.
En aan dat ene woord.
Archief.
De volgende ochtend besloot ik eerst rationeel te blijven.