Mijn hart begon sneller te kloppen.
De kamer viel stil. Zelfs Emily, die normaal gesproken altijd iets wist te zeggen, staarde sprakeloos naar Brian.
Robert werd lijkbleek.
“Brian,” zei hij met een harde stem. “Dit is niet het moment.”
“Nee,” antwoordde Brian rustig. “Juist wel.”
Met zijn protheses legde hij voorzichtig een vergeelde foto op tafel.
Ik pakte hem op.
Op de foto stonden twee jonge mannen naast elkaar. Eén van hen was duidelijk Robert, tientallen jaren jonger. De ander kende ik niet.
Maar wat mij het meest schokte, was de kleine jongen die tussen hen in stond.
Die jongen leek sprekend op Brian.
“Wat betekent dit?” vroeg ik.
Robert sloot zijn ogen.
Brian keek mij aan.
“Die man naast Robert was mijn vader.”
De stilte werd nog zwaarder.
Emily keek van haar vader naar Brian.
“Jullie kennen elkaar dus echt?”
Brian knikte.
“Al langer dan jullie denken.”
Robert stond abrupt op.
“Ik ga niet over het verleden praten.”
“Maar het verleden heeft mij mijn hele leven achtervolgd,” antwoordde Brian.
Ik voelde hoe mijn handen begonnen te trillen.
“Robert,” zei ik. “Ga zitten.”
Voor het eerst in jaren luisterde hij onmiddellijk.
Hij ging langzaam weer aan tafel zitten.
Brian haalde diep adem.
“Mijn vader en Robert waren vroeger beste vrienden.”
Ik keek verbaasd naar mijn man.
In meer dan vijfentwintig jaar huwelijk had hij nooit over zo’n vriendschap gesproken.