Mary staarde naar Arthurs telefoon alsof het scherm elk moment kon ontploffen.
Haar gezicht werd vuurrood.
Ze wilde iets zeggen, een verklaring geven, lachen alsof het allemaal een misverstand was, maar er kwam geen woord uit haar mond.
Arthur legde zijn telefoon langzaam neer.
“Klopt dit?” vroeg hij opnieuw, dit keer zachter.
Mary knikte.
Ze was te moe om nog te liegen.
“Ja.”
Arthur bleef even stil.
“Waarom heb je niets gezegd?”
Mary veegde haar tranen weg.
“Omdat iedereen zijn eigen problemen heeft.”
“Dat betekent niet dat je alles alleen moet dragen.”
Ze lachte bitter.
“Dat is makkelijk gezegd.”
Arthur antwoordde niet direct.
Hij wist dat er geen simpele woorden bestonden voor iemand die maandenlang had gevochten om haar gezin overeind te houden.
Na een paar seconden stond hij op.
“Kom mee.”
“Ik kan niet.”
“Mary.”
Ze keek op.
“Je hoeft je niet te schamen.”
Maar precies dat deed ze wel.
Ze voelde zich vernederd.
Iedereen op kantoor had haar bericht gelezen.
Iedereen wist nu dat ze geen geld had.
Dat ze haar huur niet kon betalen.
Dat ze haar kinderen misschien zou moeten vertellen dat ze hun huis zouden verliezen.
Toch volgde ze Arthur uiteindelijk terug naar haar bureau.