Daniel bleef enkele seconden roerloos staan in de gang van het ziekenhuis.
Vier dagen.
Vier volledige dagen.
Hij keek opnieuw naar de lege kamer alsof Rachel en de baby’s elk moment konden verschijnen.
“Dat kan niet,” zei hij uiteindelijk. “Er moet een vergissing zijn.”
De verpleegster schudde haar hoofd.
“Mevrouw Bennett is ontslagen nadat de artsen hadden bevestigd dat zij en de baby’s stabiel waren.”
“Waar zijn ze naartoe gegaan?”
“Dat mogen wij niet delen.”
De woorden kwamen hard aan.
Voor het eerst voelde Daniel een ongemakkelijk gevoel in zijn borst.
Hij pakte onmiddellijk zijn telefoon.
Geen berichten van Rachel.
Geen gemiste oproepen na de dag van de operatie.
Geen nieuwe foto’s.
Geen updates.
Niets.
Zijn duim zweefde boven haar contactpersoon.
Hij belde.
Eén keer.
Twee keer.
Drie keer.
Steeds hetzelfde antwoord.
Voicemail.
De rit naar huis voelde langer dan normaal.
Onderweg bleef hij zichzelf vertellen dat Rachel waarschijnlijk boos was.
Dat ze wat ruimte nodig had.
Dat alles uitgelegd kon worden.
Maar toen hij de oprit opreed, zag hij meteen dat er iets veranderd was.
De veranda was leeg.
De schommelstoel van Rachel was verdwenen.
De plantenbakken die ze altijd verzorgde stonden er niet meer.