Even leek het alsof ik vergeten was hoe ik moest ademen.
Mijn handen begonnen te trillen terwijl ik naar het kaartje in de doos keek.
Er stond slechts één naam op.
Thomas.
Ik staarde ernaar alsof het onmogelijk was.
Thomas.
Sophies vader.
De man die ik al bijna zeven jaar niet had gezien.
De man die was vertrokken voordat Sophie werd geboren.
De man van wie ik nooit meer iets had gehoord.
De hotelmanager bleef respectvol bij de deur staan.
“Kent u deze persoon?” vroeg hij voorzichtig.
Ik knikte langzaam.
“Ja.”
Meer kreeg ik niet uit mijn mond.
Sophie keek nieuwsgierig omhoog.
“Mama, wie is Thomas?”
Ik slikte.
“Dat vertel ik je straks, lieverd.”
De manager legde nog een envelop op tafel.
“Er zit ook een brief bij.”
Daarna verliet hij stilletjes de kamer.
De deur viel zacht achter hem dicht.
Een paar seconden bleef ik onbeweeglijk staan.
Toen pakte ik de brief.
Mijn hart bonsde.
Voorzichtig opende ik de envelop.
De eerste regel liet mijn ogen onmiddellijk vollopen met tranen.
Beste Emma,
Als je deze brief leest, betekent het dat Sophie eindelijk de oceaan heeft gezien.
Ik moest gaan zitten.
Mijn benen wilden me niet langer dragen.
Sophie kroop naast me op de bank.
“Wat is er, mama?”
Ik streek door haar haar.
“Niets, schat.”
Maar dat was niet waar.
Alles voelde ineens anders.
Ik keek opnieuw naar de brief.
Ik weet dat ik geen recht heb om je iets te vragen. Ik weet dat ik fouten heb gemaakt waar ik de rest van mijn leven spijt van zal hebben. Toch hoop ik dat je deze brief helemaal leest.
Mijn ogen gleden verder over de pagina.
Jaren geleden was ik bang. Bang om vader te worden. Bang om te falen. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen, liep ik weg. Dat was de slechtste beslissing van mijn leven.
Ik sloot even mijn ogen.