Ik stond midden in de keuken en keek naar Lily alsof ik haar woorden niet goed had verstaan.
“Wat zei je?”
Lily hield het kleine doosje nog steeds met beide handen vast.
“Papa zei dat ik het vandaag aan jou moest geven.”
Mijn hart sloeg een slag over.
“Vandaag?”
Ze knikte.
“Vandaag.”
Ik zette het mes waarmee ik groenten aan het snijden was voorzichtig op het aanrecht.
“En wat bedoelde je net toen je zei dat ik nog steeds niet weet waarom hij voor mij heeft gekozen?”
Lily keek naar het doosje.
“Dat zei papa.”
“Wanneer?”
“Vlak voordat hij stierf.”
De keuken werd plotseling heel stil.
Ik hoorde alleen het zachte gezoem van de koelkast.
Daniel.
Zelfs na zijn dood wist hij nog steeds hoe hij een vraag in mijn hoofd kon achterlaten.
Ik ging op mijn hurken zitten zodat ik op ooghoogte met Lily kwam.
“Wil je me vertellen wat papa tegen je zei?”
Ze knikte.
“Hij zei dat ik moest wachten tot ik oud genoeg was om het te begrijpen.”
“En nu ben je oud genoeg?”
Lily glimlachte een beetje.
“Dat zei hij.”
Ze schoof het doosje naar me toe.
Het was klein en donkerblauw, met een dun zilveren randje.
Ik herkende het onmiddellijk.
Het had op Daniels nachtkastje gelegen in het ziekenhuis.
Ik had het daar vaak zien liggen.
Ik had hem ooit gevraagd wat erin zat.
Hij had alleen gezegd:
“Dat vertel ik je later.”
Later was nooit gekomen.
Tot nu.
Mijn vingers trilden toen ik het doosje opende.
Binnenin lag geen sieraad.
Geen geld.
Geen testament.