“Ja.”
“Hoe lang?”
“Zes weken.”
Ik voelde tranen achter mijn ogen prikken.
Niet omdat ik bang was.
Omdat het pijn deed.
Mijn beste vriend.
De man die ik zonder nadenken mijn dochter had toevertrouwd.
Hij had zes weken lang een belangrijk geheim voor me verborgen.
“Waarom?”
Owen keek naar de grond.
“Omdat David mij vertelde dat hij misschien Greta’s vader was. Hij wilde eerst zeker weten dat hij niet zomaar een onbekende man was die bij jullie leven binnenstapte.”
“En jij besloot dat jij degene was die dat voor mij moest bepalen?”
“Nee.”
“Maar dat deed je wel.”
Hij antwoordde niet.
Greta keek naar ons.
“Mam?”
Ik draaide me onmiddellijk naar haar.
“Kom.”
Ik stak mijn hand uit.
Ze sprong van de stoel en liep naar me toe.
Ik sloeg mijn armen om haar heen.
“Je hebt niets verkeerd gedaan.”
“Ik weet het.”
“En niemand neemt je zomaar ergens mee naartoe.”
Ze keek naar David.
“Is hij echt mijn vader?”
De vraag raakte me harder dan alles wat daarvoor was gezegd.
Ik knielde opnieuw naast haar.
“Er is iemand die zegt dat hij je biologische vader is. We gaan eerst rustig alles uitzoeken.”
Greta dacht even na.
“Mag ik dan nog steeds naar het kamp?”
Ondanks alles moest ik glimlachen.
“Ja.”
Ze keek opgelucht.
“Mooi. Want ik wil morgen zwemmen.”
Ik lachte zacht.
Voor het eerst die dag ontspande mijn schouders.
David glimlachte ook.
Maar ik stak mijn hand op.
“Voordat iemand iets anders doet, maken we duidelijke afspraken.”
Iedereen zweeg.
“David krijgt geen toestemming om Greta alleen te ontmoeten. Niet totdat alles juridisch is uitgezocht.”
Hij knikte onmiddellijk.
“Akkoord.”
“Geen verrassingsbezoeken.”
“Akkoord.”
“Geen gesprekken met haar over volwassen zaken.”
“Akkoord.”
Ik keek naar Owen.
“En jij?”
Hij slikte.
“Ik weet dat je boos bent.”
“Ik ben niet alleen boos.”
Hij knikte.
“Ik weet het.”
“Je had mij moeten vertrouwen.”
“Dat had ik moeten doen.”
Ik keek naar mijn dochter.
“Mijn hele leven draait om één ding: ervoor zorgen dat zij veilig is.”
Owen keek naar Greta.
“Dat weet ik.”
“Dan moet je begrijpen waarom dit voor mij geen kleine vergissing is.”
Hij knikte.
“Dat begrijp ik.”
Later die avond reed ik met Greta naar huis.
Ze praatte bijna de hele rit over het kamp.
Over haar kamer.
Over de activiteiten.
Over een meisje dat ook van paarden hield.
Ik luisterde.
Maar mijn gedachten waren ergens anders.
Toen we thuiskwamen, legde ik haar voorzichtig in bed.
Ik stopte haar dekentje goed in.
“Mam?”
“Ja?”
“Ben je boos?”
Ik ging naast haar zitten.
“Op sommige mensen wel.”
“Op mij?”
“Nooit.”
Ze glimlachte.
“Mooi.”
Toen sloot ze haar ogen.
Ik bleef nog even zitten.
Mijn telefoon lag op tafel.
Drie nieuwe berichten.
Eén van Owen.
Eén van David.
En één van een onbekend nummer.
Ik opende het laatste bericht.
Er stond maar één zin:
Je weet nog steeds niet waarom Owen werkelijk naar het kamp kwam.
Ik voelde mijn hart opnieuw versnellen.
Ik keek naar de slaapkamerdeur.
Greta sliep rustig.
Ik opende het bericht nog een keer.
Daaronder stond een tweede zin.
Vraag hem wat hij zes weken geleden heeft beloofd.
Ik legde mijn telefoon neer.
De waarheid over David was al ingewikkeld genoeg.
Maar nu begreep ik iets veel belangrijkers.
Owen had niet alleen een geheim voor me gehouden.
Hij had misschien een belofte gedaan.
En als dat waar was, dan was de man die ik jarenlang mijn beste vriend had genoemd misschien niet alleen degene die Greta naar het kamp had gebracht.
Misschien was hij degene die al die tijd wist waarom iemand haar daar wilde vinden.