De ochtend van de rechtszaak voelde Clara zich alsof ze een berg moest beklimmen zonder te weten of er aan de andere kant nog hoop bestond.
Ze stond vroeg op in haar kleine appartement, streek haar eenvoudigste maar netste jurk glad en keek even naar de tekening die Idan haar had gegeven. Het papier was al wat gekreukt door de vele keren dat ze het had vastgehouden.
Op de tekening stonden twee figuren hand in hand.
Boven hun hoofden had Idan geschreven:
“Vrienden voor altijd.”
Clara glimlachte zwak en stopte de tekening voorzichtig in haar tas.
Een uur later stond ze voor het gerechtsgebouw.
Journalisten verzamelden zich buiten. De zaak had veel aandacht gekregen omdat de familie Hamilton bekend stond als een van de rijkste families van de regio.
Voor de camera’s leek het verhaal eenvoudig.
Een kostbaar erfstuk was verdwenen.
Een dienstmeid werd beschuldigd.
Voor veel mensen was de conclusie al getrokken.
Maar Clara wist dat de waarheid vaak ingewikkelder was dan de verhalen die mensen graag geloofden.
Binnen in de rechtszaal zat Adam Hamilton naast zijn advocaten.
Hij zag er vermoeid uit.