Op het moment dat ik zag wat erin zat, kon ik mijn ogen niet geloven.
Bovenop lag een oude envelop met mijn naam erop.
Niet mijn volledige naam, maar de bijnaam die alleen mijn oma gebruikte.
Voor mijn kleine Noor.
Mijn adem stokte.
Ik raakte de envelop nauwelijks aan, alsof het papier breekbaar genoeg was om door mijn vingers te verdwijnen.
“Dat is mijn oma’s handschrift,” fluisterde ik.
De vrouw naast me knikte.
“Toen we het huis kochten, waren we bezig met het opruimen van de zolder. Mijn man vond dit achter een los paneel. We hebben niets geopend.”
Ik keek naar hen.
“Jullie hebben echt niets gelezen?”
“Nee.”
De man wees naar het kistje.
“Er zat ook een sleutel in.”
Hij haalde een kleine koperen sleutel uit zijn zak.
“Die vonden we onder het kistje.”
Ik pakte hem aan.
Mijn handen trilden zo erg dat ik hem bijna liet vallen.
Ik opende de envelop.
Er zat een brief in.
Mijn oma had hem jaren geleden geschreven.
Lieve Noor,
Als jij deze brief leest, is het waarschijnlijk omdat iemand dit huis heeft verkocht zonder te begrijpen wat hier werkelijk bewaard werd.
Ik moest even stoppen.
De nieuwe eigenaren bleven stil.