Sergei keek haar aan, maar gaf geen antwoord.
Dat was genoeg.
Anna voelde iets in haar borst verschuiven. Niet breken, zoals ze had verwacht, maar juist op zijn plaats vallen.
“Hoeveel heb ik precies betaald?” vroeg ze.
Sergei keek weg.
“Ongeveer…”
“Hoeveel?”
“Vierhonderdtachtigduizend.”
Anna werd stil.
Twintigduizend roebel per maand, vierentwintig maanden lang.
Vierhonderdtachtigduizend.
Een bedrag dat ze had betaald omdat ze dacht dat ze samen aan hun toekomst bouwden.
“En hoeveel daarvan is eigenlijk van mij?”
Sergei fronste.
“Wat bedoel je?”
“Als het appartement volledig van je moeder is, hoeveel van die vierhonderdtachtigduizend heb ik dan als eigendom opgebouwd?”
Hij opende zijn mond.
Maar er kwam niets.
Anna knikte langzaam.
“Dat dacht ik al.”
“Anja, luister…”
“Mijn naam is Anna.”
Hij keek verbaasd op.
“Je noemt me altijd Anja wanneer je me probeert te kalmeren.”
Ze stond op.
“En vandaag werkt het niet.”
Sergei kwam overeind.
“Je maakt hier iets veel groters van dan het is.”
“Nee. Jij hebt iets groots jarenlang klein gemaakt.”
Hij zuchtte.
“Moeder wilde ons alleen maar helpen.”
“Waarom wist ik daar niets van?”
“Omdat ik wist dat je moeilijk zou doen.”
Anna staarde hem aan.
“Daar is het.”
“Wat?”
“De waarheid.”
Hij zweeg.
“Je wist dat ik bezwaar zou maken. Daarom vertelde je het niet.”
“Ik wilde ruzie voorkomen.”
“Nee, Sergei. Je wilde voorkomen dat ik vragen zou stellen.”
Op dat moment hoorde Anna een auto buiten stoppen.
Ze keek door het raam.
Een paar seconden later klonk de sleutel in het slot.
Mila Viktorovna kwam binnen.
Ze droeg een donkere jas en hield een kleine boodschappentas vast.
Ze keek eerst naar Sergei.
Toen naar Anna.
Toen naar de map op tafel.