“Ryan, waar heb je het over?”
Mijn stem trilde terwijl ik de baby stevig tegen me aan hield.
De kamer, die enkele minuten eerder gevuld was geweest met vreugde en opluchting, voelde plotseling ijskoud aan.
Ryan staarde nog steeds naar de pasgeborene.
Hij zei niets.
Melissa veegde haar tranen weg.
“Ryan, alsjeblieft. Zeg iets.”
Hij slikte moeizaam.
Toen wees hij voorzichtig naar het kleine dekentje waarin de baby gewikkeld lag.
“De armband.”
Iedereen keek tegelijk naar het polsbandje van de baby.
Ik begreep eerst niet wat hij bedoelde.
Toen zag ik het.
Op het identificatiebandje stond een andere achternaam.
Niet die van Ryan en Melissa.
Niet die van mij.
De naam hoorde bij een andere patiënt.
De verpleegster fronste onmiddellijk.
“Wacht eens even.”
Ze stapte naar voren en controleerde het bandje.
Toen keek ze verbaasd naar een tweede bandje dat aan het wiegje hing.
Haar gezicht werd bleek.
“Dat kan niet kloppen.”
Melissa keek haar geschrokken aan.
“Wat bedoelt u?”
De verpleegster drukte op een knop aan de muur.