Laura zag de tekening op tafel liggen.
“Mag ik die bekijken?”
Mia trok het papier eerst naar zich toe. Daarna keek ze naar Diane, alsof ze toestemming zocht.
“Ze zegt dat ik geen dingen mag vertellen,” fluisterde ze.
Diane voelde haar hart sneller slaan.
“Je mag ons vertellen wat jij wilt,” zei ze. “En je hoeft niets te zeggen waar je nog niet klaar voor bent.”
Mia keek naar de tekening.
“Dat is mama.”
“En wat heeft ze in haar hand?”
Mia antwoordde niet meteen.
Toen legde ze haar penseel neer.
“Dat gebruikt ze als haar handen trillen.”
Laura en Diane wisselden een blik.
Laura pakte haar notitieblok, maar schreef nog niets. Ze wilde voorkomen dat Mia het gevoel kreeg dat ze werd ondervraagd.
“Je zei eerder dat je mama soms helpt,” zei Diane voorzichtig. “Wat bedoel je daarmee?”
Mia haalde haar schouders op.
“Als mama ziek is, moet ik rustig zijn.”
“Dat doe je heel goed,” antwoordde Diane.
Mia keek haar aan.
“Maar ik wil soms ook gewoon een kind zijn.”
Die zin kwam harder aan dan Diane had verwacht.
Niet lang daarna kwam een kinderarts binnen. Hij had de eerste onderzoeken bekeken en wilde enkele aanvullende controles laten uitvoeren. Terwijl Mia werd onderzocht, bleef Laura in de kamer.
Toen gebeurde er iets onverwachts.
Een verpleegkundige kwam haastig binnen.
“Er staat iemand bij de receptie die zegt dat ze Mia’s moeder is.”
Laura keek onmiddellijk op.
“Laat haar niet naar deze afdeling komen.”
De verpleegkundige knikte en verdween weer.
Mia had het gesprek gehoord.
“Ze is boos,” fluisterde ze.
“Wie?”
“Mama.”
“Waarom?”
“Omdat ik 911 heb gebeld.”
Laura bleef stil.
Mia keek naar haar handen.
“Ze zei altijd dat niemand mij zou geloven.”
Diane voelde hoe zwaar die woorden waren.
“Maar jij hebt toch gebeld?”
Mia knikte.
“Omdat ik dacht dat ik dood zou gaan.”
Diane ging naast haar zitten.
“Je hebt precies gedaan wat je moest doen toen je bang was.”
Voor het eerst verscheen er een klein glimlachje op Mia’s gezicht.
Ondertussen had de kinderarts de medische gegevens opnieuw bekeken. De klachten waarmee Mia was binnengebracht konden verschillende oorzaken hebben. Er waren aanwijzingen dat ze al langer problemen had gehad en daarom moest er zorgvuldig worden uitgezocht wat er precies aan de hand was.
De arts besloot daarom niet alleen naar haar lichamelijke toestand te kijken, maar ook naar haar thuissituatie.
De medicijnflesjes die Noah in het huis had gezien, werden gemeld aan de bevoegde instanties.
Ook werd vastgesteld dat sommige medicijnen niet overeenkwamen met wat voor Mia was voorgeschreven.
Dat veranderde de zaak.
Dit was niet langer alleen een medisch incident.
Er moest worden onderzocht waarom een zesjarig meisje zo bang was geweest om hulp te vragen.
Later die middag arriveerde rechercheur Mark Ellis in het ziekenhuis. Hij sprak eerst met Laura en daarna met de artsen.
“Is het kind veilig?” vroeg hij.
“Op dit moment wel,” antwoordde Laura.
“Dan praten we eerst met haar wanneer zij daar klaar voor is.”
Geen verhoor.
Geen druk.
Alleen luisteren.
Toen Mark uiteindelijk de kamer binnenkwam, stelde hij zichzelf eenvoudig voor.
“Ik ben Mark. Ik werk bij de politie.”
Mia keek hem aan.
“Ga je mama meenemen?”
Mark ging op een stoel zitten.
“Ik ben hier om ervoor te zorgen dat jij veilig bent.”
Mia dacht even na.
“Dan wil ik je iets laten zien.”
Ze wees naar haar tekening.