“Welke kluis?”
“Die staat in het oude kantoor van je schoonvader.”
“En hoe komen we daar binnen?”
Darya glimlachte bitter.
“Dat is het probleem. Pa heeft de sleutel.”
Ik leunde achterover.
“Dan begrijp ik nog steeds niet waarom jullie mij dit vertellen.”
Darya pakte mijn hand.
“Omdat jij de enige bent die Trifon misschien kan laten nadenken.”
Ik trok mijn hand terug.
“Nee.”
Ze keek verbaasd.
“Nee?”
“Ik ga hem niet overtuigen. Hij moet zelf besluiten of hij wil weten waar zijn geld naartoe gaat.”
Nina knikte langzaam.
“Daar heb je gelijk in.”
Ik stond op.
“Ik ga naar huis.”
Darya wilde iets zeggen, maar ik hield haar tegen.
“Maar voordat ik ga, wil ik één ding weten.”
“Wat?”
“Waarom vertelt Trifon mij dit niet zelf?”
Niemand antwoordde.
Dat was antwoord genoeg.
Toen ik thuiskwam, was het appartement stil.
Trifon zat aan de keukentafel.
Hij keek op toen ik binnenkwam.
“Waar was je?”
“Bij je moeder.”
Zijn gezicht veranderde.
“Waarom?”
“Omdat Darya me heeft verteld over het geld.”
Hij verstijfde.
“Welke geld?”
“Het geld dat jij iedere maand naar je vader stuurt.”
Hij keek weg.
“Daar gaat het niet om.”
“Waar gaat het dan om?”
Hij stond op.
“Katerina, dit is ingewikkeld.”
“Dat is geen antwoord.”
“Mijn vader heeft een plan.”
“Een plan waarvoor jij je hele salaris moet afstaan?”
“Het is voor de familie.”
Ik lachte kort.
“Welke familie?”
“Onze familie.”
“Dan zou ik er toch onderdeel van moeten zijn?”
Hij zweeg.
“Waarom heb je mij nooit verteld dat je spaart voor een stuk grond?”
Hij keek naar de vloer.
“Ik mocht het niet vertellen.”
“Van je vader.”
Hij knikte.
“En je gehoorzaamde.”
“Het is niet zo simpel.”
“Nee,” zei ik. “Het is eigenlijk heel simpel.”
Ik pakte mijn tas.
“Je vader wil mijn salaris ook.”
Trifon zei niets.
“Waarom?”
“Ik weet het niet.”
“Dat weet je wel.”
Hij haalde diep adem.
“Pa zei dat als jij ook geld bijdraagt, we sneller genoeg hebben.”
Ik staarde hem aan.
“Waarvoor?”
“Voor het huis.”
“Zijn huis?”
Trifon keek op.
“Wat?”
“Je moeder heeft me de eigendomsakte laten zien.”
Zijn gezicht werd bleek.
“Welke akte?”
“Van het huis dat je vader onlangs heeft gekocht.”
Hij bleef roerloos staan.
“Dat kan niet.”
“Vraag het hem.”
Hij pakte onmiddellijk zijn telefoon.
Hij belde zijn vader.
“Pa, ik moet je iets vragen.”
Een stilte.
“Waar is het geld gebleven dat Boris en ik je iedere maand geven?”
Ik hoorde de stem van Gennady niet, maar Trifons gezicht zei genoeg.
“Nee, pa.”
Hij liep door de kamer.
“Ik wil een duidelijk antwoord.”
Weer een stilte.
Toen zei Trifon:
“Je hebt gezegd dat het voor grond was.”
Hij stopte met lopen.
“Wat bedoel je: ‘het is toch van de familie’?”
Hij keek naar mij.
Zijn ogen stonden vol ongeloof.
“Nee. Zo werkt dat niet.”
Hij hing op.
Ik zei niets.
Hij ging langzaam zitten.
“Mijn vader zegt dat het huis voor iedereen is.”
“En?”
“Dat we er later allemaal kunnen wonen.”
“Maar staat jouw naam erop?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Nee.”
“Boris?”
“Ook niet.”
“Je moeder?”
Hij keek me aan.
“Nee.”
Ik ging tegenover hem zitten.
“Dan is het zijn huis.”
Trifon wreef met beide handen over zijn gezicht.
“Ik heb hem vertrouwd.”
“Dat begrijp ik.”
“Ik dacht echt dat hij het voor ons deed.”
“Dat geloof ik.”
Hij keek me aan.
“Maar hij heeft tegen me gelogen.”
Ik knikte.
“Waarschijnlijk.”
Er viel een lange stilte.
Toen pakte Trifon zijn jas.
“Waar ga je heen?”
“Naar mijn vader.”
“Alleen?”
“Ja.”
Ik stond op.
“Ik ga mee.”
Hij wilde protesteren.
Maar uiteindelijk knikte hij.
Een uur later stonden we voor het huis van Gennady.
Boris was er al.
Toen hij Trifon zag, begreep hij onmiddellijk dat er iets mis was.
“Wat doe jij hier?”
“Ik wil mijn geld terug.”
Boris keek naar hun vader.
Gennady bleef opmerkelijk kalm.
“Ga zitten.”
“Nee.”
Trifons stem was anders dan ik hem ooit had gehoord.
Rustig.
Vastberaden.
“Ik wil weten waar mijn geld is.”
Gennady zuchtte.
“Jullie zijn ondankbaar.”
Boris keek naar zijn vader.
“Pa…”
“Ik heb jullie geleerd hoe je verantwoordelijkheid moet nemen.”
“Nee,” zei Trifon. “Je hebt ons geleerd dat we je moesten gehoorzamen.”
Gennady sloeg met zijn hand op de tafel.
“Ik ben jullie vader!”
“En ik ben volwassen.”
De kamer werd stil.
Trifon haalde een document uit zijn jas.
“Dit is de eigendomsakte.”
Gennady keek ernaar.
Zijn gezicht veranderde.
“Waar heb je die vandaan?”