DEEL 2
Ik bleef enkele seconden roerloos in de gang staan.
Achter de gesloten deur hoorde ik Alice rustig ademen. Ze was weer gaan slapen.
Maar ik kon niet meer slapen.
Ik liep langzaam naar de keuken, zette het licht aan en ging aan tafel zitten. Mijn handen trilden terwijl ik naar mijn telefoon keek.
Ik was eenennegentig jaar oud.
Mijn hele leven had ik geleerd dat je mensen moest beoordelen op hun daden, niet op hun woorden.
En de laatste maanden had mijn dochter Emma mij steeds vaker vragen gesteld die ik toen onschuldig had gevonden.
Hoeveel geld stond er nog op mijn spaarrekening?
Of mijn huis volledig was afbetaald.
Of ik ooit had overwogen om mijn woning aan haar over te dragen.
Of ik een testament had.
Ik had zelfs gelachen toen ze een keer zei:
“Als er ooit iets met je gebeurt, mama, zou het fijn zijn als alles alvast geregeld was.”
Nu klonk die zin heel anders.
Ik stond op en liep naar mijn werkkamer.
Daar lag een oude map met financiële documenten. Ik opende hem en controleerde mijn rekeningen.
Alles leek normaal.
Maar toen herinnerde ik me iets.
Drie weken eerder had Emma gevraagd of ze mijn bankadviseur mocht bellen “om een paar dingen voor me te regelen”.
Ik had geweigerd.
“Ik regel mijn eigen zaken nog prima,” had ik gezegd.
Ze had toen gelachen.
“Dat weet ik toch, mam.”
Maar haar glimlach had me die avond vreemd geleken.
Ik pakte mijn telefoon en belde mijn bank.
Een medewerker herkende mijn stem.
“Goedenavond, mevrouw.”
“Ik wil graag weten of er onlangs verzoeken zijn gedaan om informatie over mijn rekeningen.”
Er viel een korte stilte.
“Dat moet ik even controleren.”
Ik wachtte.
Toen kwam het antwoord.
“Er is inderdaad een verzoek geregistreerd.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Wanneer?”
“Ongeveer twee weken geleden.”
“Door wie?”
“Ik kan de identiteit vanwege privacy niet telefonisch bevestigen, maar er staat wel dat de aanvraag via een gemachtigde derde is gedaan.”
Ik sloot mijn ogen.
“Kan die machtiging onmiddellijk worden ingetrokken?”
“Dat kan.”
“Doe dat.”
Nadat ik had opgehangen, bleef ik nog lang aan tafel zitten.
Toen hoorde ik voetstappen.
Alice stond in de deuropening.
“Oma?”
Ik draaide me om.
“Waarom ben je wakker, lieverd?”
Ze haalde haar schouders op.
“Ik had een nare droom.”
Ik glimlachte.
“Kom maar.”
Ze kwam naast me zitten.
Na een paar seconden vroeg ik voorzichtig:
“Wat hoorde je precies van mama en papa?”