verhaal 2026 20 9

Deel 2 — De naam op het contract

Ik bleef naar de foto kijken.

Mijn eerste reactie was ongeloof.

Mijn tweede was woede.

Maar mijn derde reactie was iets wat mijn vader nooit van mij had verwacht:

kalmte.

Ik zette mijn koffiekopje neer en zoomde in op de foto die Olivia had gestuurd.

De tekst was glashelder.

REED CAPITAL DEVELOPMENT — STRATEGISCHE PARTNER: NORTHSTAR MEDICAL ROBOTICS.

Daaronder stond mijn naam.

Niet mijn vaders naam.

Niet die van Olivia.

Mijn naam.

Ik pakte mijn telefoon en belde mijn juridisch directeur, Marcus.

Hij nam vrijwel meteen op.

“Hannah? Alles goed?”

“Nee.”

Ik stuurde hem de foto.

Een paar seconden bleef het stil.

“Waar heb je dit vandaan?”

“Van Olivia. Ze is op het feest.”

“Dit document bestaat niet in onze administratie.”

“Dat weet ik.”

Marcus zuchtte.

“Ik controleer de contracten nu.”

“Controleer ook wie de afgelopen maand toegang heeft gehad tot onze digitale dossiers.”

“Waarom?”

“Omdat mijn vader blijkbaar een partnerschap heeft aangekondigd waar ik niets van weet.”

Hij zweeg.

“Dat is ernstig.”

“Dat dacht ik ook.”

Ik hing op.

Daarna belde ik Olivia.

Ze nam meteen op.

“Hannah, alsjeblieft…”

“Wat heeft papa precies verteld?”

“Dat Northstar en Reed Capital een strategische samenwerking aangaan.”

“Dat is niet waar.”

“Dat weet ik inmiddels.”

“Waarom heb je me dan niet eerder gebeld?”

Ze klonk onzeker.

“Omdat ik pas net begreep dat er iets niet klopte.”

Ik keek naar de televisie.

Mijn eigen gezicht stond nog steeds op het scherm.

“Olivia, luister goed. Teken niets. Bevestig niets. En als iemand je vraagt namens Northstar iets te ondertekenen, doe het niet.”

“Waarom?”

“Omdat ik vermoed dat dit geen vergissing is.”

Er viel een stilte.

Toen vroeg ze:

“Kom je hierheen?”

Ik keek naar mijn oude grijze sweater.

“Ja.”

“Maar papa zei dat je niet welkom was.”

Ik glimlachte.

“Dat weet ik.”

Twintig minuten later zat ik in mijn auto.

Ik reed naar Boston.

Niet omdat ik mijn ouders wilde overtuigen.

Niet omdat ik hun goedkeuring nodig had.

Maar omdat iemand mijn bedrijf probeerde te gebruiken.

En dat zou ik niet toestaan.

Toen ik het Ashford Hotel binnenliep, merkte ik meteen dat de sfeer veranderde.

Mensen herkenden me.

Sommigen hadden me die middag op televisie gezien.

Anderen fluisterden.

Een vrouw die ik kende van een investeringsconferentie keek verrast op.

“Hannah Reed?”

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment