‘En wat zeg jij dan?’
‘Dat ik gevallen ben.’
Emma keek naar haar.
‘Maar je zei dat het geen ongeluk was.’
Lily knikte.
‘Omdat ik niet wilde liegen.’
Ik haalde diep adem.
‘Je hoeft niet te liegen.’
Lily keek me aan.
‘Maar mama zegt dat ik dan alles erger maak.’
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Ik wilde Sarah bellen.
Ik wilde naar haar toe rijden.
Ik wilde weten wat er in haar huis was gebeurd.
Maar ik wist ook dat Lily’s veiligheid op dit moment belangrijker was dan mijn behoefte aan antwoorden.
Dus reed ik verder.
Bij het ziekenhuis aangekomen vertelde ik de medewerker bij de receptie precies wat ik wist.
Niet wat ik vermoedde.
Niet wat ik dacht.
Alleen wat Lily zelf had gezegd.
‘Ze vertelde me dat het geen ongeluk was,’ zei ik. ‘En ze heeft een verband op haar schouder. Ik wil dat een arts haar onderzoekt.’
De verpleegkundige knikte.
‘Dat gaan we regelen.’
Lily pakte mijn hand.
‘Ga je weg?’
‘Nee.’
‘Ook niet als mama boos wordt?’
Ik keek haar aan.
‘Nee.’
Een arts onderzocht haar voorzichtig.
Toen kwam een maatschappelijk werker binnen.
Ze stelde zich voor als Nora.
‘Lily, ik ga je een paar vragen stellen. Je hebt niets verkeerd gedaan. Als je iets niet weet, mag je dat gewoon zeggen.’
Lily knikte.
Nora vroeg niet meteen wat er gebeurd was.
Ze begon met eenvoudige vragen.
Hoe oud was ze?
Wie woonde er thuis?
Wie bracht haar naar school?
Wie hielp haar met aankleden?
Wie was er thuis als mama werkte?
Langzaam werd Lily rustiger.
Toen vroeg Nora:
‘Wanneer kreeg je het verband?’
Lily keek naar mij.
Ik knikte bemoedigend.
‘Donderdag.’
‘Wie deed het verband erop?’
Lily begon te huilen.
Nora schoof een stoel dichterbij.
‘Je hoeft geen naam te zeggen als je daar nog niet klaar voor bent.’
Lily fluisterde:
‘Mama.’
Ik voelde mijn hart breken.
Maar Nora bleef kalm.
‘En waarom?’
Lily keek naar de grond.
‘Mama zei dat ik niemand mocht vertellen dat ik pijn had.’
Op dat moment ging de deur open.
Sarah stond in de gang.
Ze had blijkbaar gehoord waar we waren.
‘Ik wil mijn dochter zien.’
Nora stond op.
‘Mevrouw, we moeten eerst enkele procedures volgen.’
Sarah keek naar mij.
‘Waarom heb je dit gedaan?’
Ik antwoordde rustig.
‘Omdat Lily zei dat het geen ongeluk was.’
Sarah’s gezicht werd wit.
‘Ze is maar zes.’
‘Precies.’
‘Je begrijpt het niet.’
‘Dan leg het me uit.’
Sarah keek naar Lily.
Haar ogen vulden zich met tranen.
‘Lily, mama heeft je toch gezegd dat je stil moest zijn?’
Lily kromp ineen.
Ik voelde onmiddellijk woede opkomen.
Nora stapte tussen hen in.
‘We willen graag dat iedereen rustig blijft.’
Sarah keek naar mij.
‘Je hebt geen idee wat je hebt veroorzaakt.’
‘Ik heb niets veroorzaakt.’
‘Jawel.’
‘Ik heb je dochter naar een dokter gebracht.’
Sarah sloot haar ogen.
Toen fluisterde ze:
‘Ik probeerde haar te beschermen.’
Ik keek haar ongelovig aan.
‘Waartegen?’
Ze antwoordde niet.
Nora vroeg:
‘Mevrouw, is er iemand in uw omgeving van wie u denkt dat hij of zij een gevaar voor uw dochter vormt?’
Sarah begon te huilen.
‘Mijn vriend.’
De kamer werd stil.
Ik wist niet dat Sarah iemand zag.
Ze had hem nooit genoemd.
‘Wie is hij?’ vroeg ik.
‘Mark.’
Lily begon meteen te huilen.
‘Ik wil niet dat Mark boos wordt.’
Sarah keek naar haar dochter.
‘Hij zou je nooit…’
Ze stopte.
Ze kon de zin niet afmaken.
Nora keek haar aan.