Jegor keek haar lang aan.
Voor het eerst sinds het gesprek was begonnen, had hij geen onmiddellijk antwoord.
Daria zag dat hij probeerde iets te bedenken waarmee hij haar alsnog schuldig kon laten voelen.
Toen zei hij zacht:
“Je begrijpt gewoon niet wat familie betekent.”
Daria voelde haar geduld wegglijden.
“Nee, Jegor. Ik denk juist dat ik heel goed begrijp wat familie betekent.”
Ze wees naar haar telefoon.
“Daarom heb ik mijn vader geholpen.”
Daarna wees ze naar zichzelf.
“En daarom stuur ik Alisa iedere maand geld.”
“Maar mijn zus…”
“Je zus is jouw verantwoordelijkheid, niet automatisch de mijne.”
Het bleef stil.
Jegor draaide zich om en liep naar de slaapkamer.
Daria hoorde een kastdeur dichtgaan.
Ze wist dat het gesprek niet voorbij was.
De volgende ochtend was hij opvallend stil.
Hij at nauwelijks, trok zijn jas aan en vertrok zonder afscheid te nemen.
Daria keek door het raam hoe hij de straat uit liep.
Ze voelde geen opluchting.
Alleen een vreemd soort vermoeidheid.
Ze had nooit gedacht dat geld tussen hen zo’n groot probleem zou kunnen worden.
Die middag kreeg ze een bericht van haar schoonmoeder.
“We moeten praten. Dit kan zo niet doorgaan.”
Daria keek een tijdje naar het scherm.
Daarna antwoordde ze:
“Prima. Wanneer?”
Het antwoord kwam onmiddellijk.
“Vanavond. Bij ons.”
Om zeven uur ging de bel.
Sveta stond voor de deur met haar dochter Polina.
Naast haar stond Jegors moeder, Galina.
Daria deed de deur open.
“Kom binnen.”
Niemand glimlachte.
Polina liep stil achter haar moeder aan.
Ze was veertien en keek alsof ze liever ergens anders was.
Galina ging meteen aan tafel zitten.
“Daria, we zijn hier om dit uit te praten.”
“Dat is prima.”
Sveta legde haar tas neer.
“Ik wil je iets uitleggen.”
Daria knikte.
“Ga je gang.”
Sveta haalde diep adem.
“Ik vraag niet om een cadeau. Ik vraag om een lening.”
“Dat heb je gisteren ook gezegd.”
“Ik kan het terugbetalen.”
“Wanneer?”
Sveta keek naar haar moeder.
“Als mijn financiële situatie verbetert.”
Daria bleef stil.
“Dat is geen termijn,” zei ze uiteindelijk.
Sveta zuchtte.
“Ik wist dat je dit zou zeggen.”
“Wat verwachtte je dan?”
“Dat je me zou vertrouwen.”
Daria keek haar rustig aan.