“Vertrouwen betekent niet dat ik mijn spaargeld zonder afspraken moet afstaan.”
Galina sloeg met haar hand op tafel.
“Het is maar geld!”
Daria keek haar verbaasd aan.
“Veertigduizend roebel is voor mij niet ‘maar geld’.”
“Je hebt toch een goede baan?”
“Ja.”
“En je krijgt bonussen.”
“Ja.”
“Dan kun je toch helpen?”
Daria voelde iets veranderen.
Niet in haar houding, maar in haar besluit.
“Ik heb al geholpen.”
“Met je vader,” zei Galina spottend.
“Ja.”
“Maar hij heeft toch een pensioen?”
Daria keek haar strak aan.
“En jij hebt toch ook een inkomen in het gezin?”
Galina zweeg.
Daria stond op en liep naar haar bureau.
Ze kwam terug met een map.
“Ik heb iets voorbereid.”
Jegor, die tot dan toe stil had gezeten, keek op.
“Wat is dat?”
“Een overzicht.”
Ze legde een vel papier op tafel.
“Mijn maandelijkse inkomsten. Mijn vaste uitgaven. Het geld dat ik naar Alisa stuur. De kosten voor mijn vaders behandeling. Onze gezamenlijke huishoudelijke uitgaven.”
Jegor keek ernaar.
“Waarom heb je dit allemaal opgeschreven?”
“Omdat ik het zat ben om steeds te horen dat ik genoeg geld heb.”
Ze keek naar Sveta.
“Volgens jullie lijkt mijn salaris oneindig.”
Niemand zei iets.
“Maar het is niet oneindig.”
Toen deed Polina iets onverwachts.
Ze pakte haar moeders hand.
“Mam, stop.”
Sveta keek naar haar dochter.
“Wat?”
“Ik wil niet dat je ruzie maakt.”
“Polina…”
“Ik wil niet dat tante Daria ons geld geeft.”
Iedereen keek haar aan.
Polina haalde haar schouders op.
“Ik heb jullie gisteren horen praten.”
Sveta werd bleek.
“Wat heb je gehoord?”
“Dat jullie dachten dat tante Daria ons wel zou helpen omdat ze zich schuldig zou voelen.”
Daria voelde haar hart breken.
Niet vanwege het geld.
Vanwege het meisje.
Polina keek naar Daria.
“Sorry.”
“Jij hoeft geen sorry te zeggen.”
“Maar mama zei dat als we de hypotheek niet betalen, we misschien moeten verhuizen.”
Daria ging naast haar zitten.
“Dat is een probleem voor volwassenen. Jij hoeft het niet op te lossen.”
Polina knikte.
Toen gebeurde er iets wat niemand had verwacht.
Sveta begon te huilen.
Niet luid.
Ze bedekte gewoon haar gezicht met haar handen.
“Ik weet niet meer wat ik moet doen,” fluisterde ze.
Daria keek naar haar.
Voor het eerst zag ze geen vrouw die geld van haar wilde.
Ze zag iemand die bang was.
Maar medelijden betekende niet dat ze haar grenzen moest opgeven.
“Sveta, ik wil je wel helpen.”
Jegor keek onmiddellijk op.
“Wat?”
“Maar niet door jouw hypotheek over te nemen.”
Sveta keek haar aan.
“Hoe dan?”
“Ik wil dat je met een financieel adviseur praat. Misschien kan de lening worden aangepast. Misschien kan het appartement worden verkocht en kun je kleiner gaan wonen. Misschien zijn er andere mogelijkheden.”
Sveta schudde haar hoofd.
“Ik wil mijn huis niet kwijt.”
“Dat begrijp ik.”
“Het is het enige dat Polina en ik nog hebben.”
“Dan moeten we eerst kijken of het behouden ervan haalbaar is.”
Daria pakte haar telefoon.
“Ik ken iemand die gespecialiseerd is in schulden en hypotheken. Ik kan een afspraak voor je regelen.”
Sveta keek haar verbaasd aan.
“Je zou dat doen?”
“Ja.”
“Maar je geeft me geen geld.”
“Niet zonder plan.”
Jegor liet zijn hoofd zakken.
Daria keek naar hem.
“En jij gaat ook mee.”
Hij keek op.
“Waarom?”
“Omdat jij haar broer bent.”
Hij zei niets.
“Als je vindt dat familie moet helpen, dan begin je zelf.”
Die zin bleef in de kamer hangen.
Later die avond vertrokken Sveta en Polina.
Galina wilde nog iets zeggen, maar hield zich uiteindelijk stil.
Toen de deur dichtviel, bleef Jegor alleen met Daria achter.
Hij ging aan tafel zitten.
“Je hebt gelijk.”
Daria keek hem aan.
Dat was waarschijnlijk de laatste zin die ze van hem had verwacht.
“Wat zei je?”
“Je hebt gelijk.”
Hij wreef over zijn gezicht.
“Ik heb de afgelopen dagen alleen maar gedacht aan mijn zus.”
“Dat begrijp ik.”
“Maar ik heb niet één keer gevraagd hoeveel jij eigenlijk draagt.”
Daria ging tegenover hem zitten.
“Nee.”
Hij keek naar zijn handen.
“Ik wist dat je Alisa hielp. Ik wist dat je vader problemen had. Maar ik dacht altijd dat je het wel kon betalen.”
“Dat is precies het probleem.”