Ik staarde naar het voorwerp in mijn hand alsof het elk moment kon verdwijnen.
Het was een sleutel.
Geen gewone huissleutel, maar een oude, zware messing sleutel met een klein metalen plaatje eraan bevestigd.
Op het plaatje stond één woord gegraveerd:
Willowbank.
“Mam?” vroeg Amy opnieuw.
Ik slikte moeizaam.
“Ik… ik weet niet precies wat dit betekent.”
Maar diep vanbinnen voelde ik dat ik loog.
Niet tegen haar.
Tegen mezelf.
De naam Willowbank kwam me bekend voor.
Heel bekend.
Ik had die naam jarenlang niet gehoord.
Totdat er ineens een herinnering opdook.
Mijn grootmoeder.
Toen ik klein was, vertelde ze soms verhalen over een oud familiehuis dat Willowbank heette. Niemand wist precies waar het lag. Tenminste, dat werd altijd gezegd.
Na haar overlijden had niemand er ooit nog over gesproken.
Ik draaide de sleutel om.
Aan de achterkant stond een nummer:
33
Amy keek nieuwsgierig toe.
“Zat dat echt in de kikker?”
Ik knikte.
“Blijkbaar wel.”
Voorzichtig begonnen we de andere kikkers te onderzoeken.
In de tweede kikker vonden we een klein opgevouwen briefje.
In de derde een oude foto.
In de vierde een kaartfragment.
Tegen middernacht lag onze motelkamer vol met porseleinscherven, foto’s, briefjes en kleine aanwijzingen.
Het leek op een puzzel.